Dacia Spring
Ruitenwisser voor
-
Beweeg, met ingeschakeld contact, de schakelaar 1 rond het stuurwiel (afhankelijk van de auto):
- A
Functie voor eenmalig ontwasemen van de voorruit.
- B
Ruststand.
- C
Wissen met intervallen (afhankelijk van de auto) - De ruitenwissers pauzeren enkele seconden tussen de wisbewegingen.
- D
Langzaam continu wissen.
- E
snel continu wissen.
Ruitenwisser
-
Trek met ingeschakeld contact, de schakelaar 1 naar u toe (afhankelijk van de auto).
Door een korte actie maakt de ruitenwisser één wisbeweging en werkt de ruitensproeier.
Als u langer aan de schakelaar trekt, dan maakt de ruitenwisser meerdere wisbewegingen, naast de ruitensproeier, totdat u de schakelaar 1 loslaat. Wanneer u de schakelaar loslaat, maken de ruitenwissers drie extra wisbewegingen en na enkele seconden nog een vierde.
Als u het contact uitschakelt voordat u de ruitenwisser hebt uitgeschakeld (stand B), blijven de wisserarmen onmiddellijk stilstaan. Zet na het weer inschakelen van het contact de schakelaar 1 in de stand B om de ruitenwissers weer in de ruststand terug te brengen.
warning
Controleer bij werkzaamheden onder de motorkap, of de schakelaar van de ruitenwisser in stand B (ruststand) staat.
Verwondingsgevaar
tip
De werking van een ruitenwisserblad
Let op de staat van de ruitenwisserbladen. Hun levensduur hangt van u af:
- houd de bladen schoon: reinig de bladen en de ruit regelmatig met water en zeep;
- gebruik ze niet op een droge ruit;
- maak ze los van de ruit als ze lange tijd niet zijn gebruikt.
Vervang ze in elk geval zodra de werking afneemt: ongeveer eens per jaar Ruitenwisserbladen: vervanging.
Voorzorgen bij het gebruik van de wissers
- Maak, als het vriest of sneeuwt, de ruit schoon voordat u de ruitenwisser aanzet (de ruitenmotor kan oververhit raken);
- zorg dat niets de beweging van de wisser hindert.
Ruitenwisser/-sproeier achter
Achterruitenwisser
-
Contact aan, draai het einde van de schakelaar 1 tot het merkteken tegenover het symbool 2 staat.
Bijzonderheid
De achterruit wordt een keer gewist als de achteruitversnelling is ingeschakeld en de ruitenwissers in werking zijn of de voorgaande twee minuten zijn uitgeschakeld Ruitenwisserbladen: vervanging.
Achterruitsproeier
-
Contact aan, draai het einde van de schakelaar 1 tot het merkteken tegenover het symbool 2 staat.
Als u de schakelaar loslaat, blijft de achterruitwisser werken.
warning
Voordat u iets aan de voorruit doet (wassen van de auto, ontdooien, reinigen van de voorruit enzovoort) moet u de schakelaar 1 in de stand B (ruststand) zetten.
Risico van verwonding en/of beschadigingen.
tip
Gebruik de ruitenwisserarm niet om de achterklep te openen of te sluiten.
tip
Probeer niet de ruitenwisserbladen omhoog te zetten. Zij kunnen niet los van de voorruit omhoog blijven staan. Voor het vervangen van de
tip
Voordat u de ruitenwisser achter gebruikt moet u ervoor zorgen dat niets de beweging van de wisser hindert.
Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt, of de ruitenwissers voor en achter niet aan het glas zijn vastgevroren. De wissermotor kan hierdoor te warm worden.
Controleer regelmatig de staat van de ruitenwisserbladen. Zodra hun werking afneemt, moet u ze vervangen,
Maak regelmatig de achterruit schoon.