Draaguitrusting

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik

De achterklep gebruiken

Voordat u de achterklep opent, controleert u de objecten en/of accessoires (fietsenrek, dakkoffer enzovoort) die zijn bevestigd op de dakdragers: deze moeten juist zijn geplaatst en vastgemaakt en mogen er niet voor zorgen dat de achterklep niet helemaal open kan.

tip

Zorg ervoor dat de getransporteerd voorwerpen gelijkmatig worden verdeeld over de laadruimte voor de uitrusting.

Hoofdstuk

Slepen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>
tip

Keuze en monteren van een trekhaak

Maximale massa van de trekhaak

Trekhaak (dwarsbalk en trekhaak) die oorspronkelijk niet op het voertuig is gemonteerd: de gehele trekhaak en bevestigingen mogen niet meer dan 23 kg wegen.

De verlichting of de kentekenplaat mogen niet worden geblokkeerd door de sleepuitrusting als deze niet in gebruik is.

Houd u in elk geval aan de voorschriften van het land waarin u zich bevindt.

Hoofdstuk

Opbergkist

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Tafeltje

Verwijderen

Maak de twee koorden 1 los (aan de zijkant van de bagageruimte).

Hoofdstuk

Accessoireaansluiting, asbak, aansteker

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Asbak 1

Deze kan worden opgeborgen in behuizing 2 of 4.

Openen: trek het deksel omhoog.

U kunt de asbak legen door het geheel naar u toe te trekken zodat de asbak vrijkomt.

Hoofdstuk

Zonneklep, spiegel, handgreep

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Zonneklep 1 en 2

Zet de zonneklep 1 of 2 omlaag tegen de voorruit of maak deze los en draai deze tegen de zijruit.

Make-up spiegels 3

Hoofdstuk

binnenverlichting

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Binnenlicht

Druk op de schakelaar 1 of, afhankelijk van de auto, op de schakelaar 2 of 3 voor:

Hoofdstuk

Elektrische ruiten

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Deze systemen werken met contact aan of contact uit tot het openen van een voorportier (begrensd tot ongeveer 3 minuten).

warning

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Verlaat uw voertuig nooit met de kaart of sleutel erin en met een kind, afhankelijke volwassene of huisdier in het voertuig, zelfs niet voor een korte tijd.

Hoofdstuk