De aanwezigheid en werking van de displays en meters ZIJN AFHANKELIJK VAN DE UITRUSTING EN HET LAND.
Toerenteller 1 (tr/min x 1000)
Display 2 automatische versnellingsbak
Snelheidsmeters 3 en, afhankelijk van de auto, 4
(km of mijl per uur)
Regel uw snelheid volgens de snelheidsmeter 3 of 4. Raadpleeg bij een verschil tussen de snelheidsmeters de goedgekeurde snelheidsmeter 3 en neem contact op met een merkdealer.
Boordcomputer A of B
Brandstofpeilmeter 5 of 6
Het aantal blokjes dat oplicht geeft het brandstofpeil aan. Als dit op het minimum staat, zijn de blokjes uit en het waarschuwingslampje brandstofreserve licht op, afhankelijk van de auto.
Bijzonderheid van Hybrid versie
Instrumentenpaneel C
verschijnt zodra het bestuurdersportier wordt geopend. Het oplichten van sommige controlelampjes gaat vergezeld van een boodschap.
Resterend laadpeil "230 V"-accu 7
Tractiebatterij bijna leeg 8
Bij extreem gebruik op lage snelheid kan het laadniveau van de accu zakken tot een laag niveau.
Het waarschuwingslampje 8 brandt geel om u te waarschuwen. Het vermogen van de elektromotor wordt beperkt om te zorgen dat het Hybrid systeem correct werkt, totdat het laadniveau van de accu voldoende is.
Kies voor een soepeler rijstijl of stop de auto, indien mogelijk, zonder het contact uit te schakelen tot het waarschuwingslampje 8 weer blauw wordt.
Brandstofpeilmeter 9
Als het minimumpeil is bereikt, licht het waarschuwingslampje
in de meter oranje op en klinkt een geluidssignaal. Vul de tank zo snel mogelijk, ongeacht het resterende laadniveau. Als het voertuig geen brandstof meer bevat, tankt u minimaal 8 liter brandstof. Anders blijft de hybride modus onbeschikbaar.
Energie-indicator 10Auto: HYBRID
Weergave Klaar om te rijden11
Het bericht READY verschijnt als het contact wordt ingeschakeld en verdwijnt als de auto sneller rijdt dan 5 km/u.
Snelheidsmeter 12
Het bereik met de overgebleven brandstof 13
Boordcomputer 14
Kilometertotaalteller 15
Verbruiksmeter 16Tips voor het rijden, zuinig rijden
Waarschuwingslampje elektrische bedrijfsmodus 17
Dit verschijnt als het voertuig enkel wordt aangedreven door de tractiebatterij.
Temperatuurweergave verbrandingsmotor 18
Druk op de schakelaar 19 voor toegang tot zone D en druk vervolgens op schakelaar 20 of 21 totdat de indicator verschijnt.
Instrumentenpaneel E
verschijnt zodra het bestuurdersportier wordt geopend. Het oplichten van sommige controlelampjes gaat vergezeld van een boodschap.
Resterend laadpeil "230 V"-accu 22
Tractiebatterij bijna leeg 23
Bij extreem gebruik op lage snelheid kan het laadniveau van de accu zakken tot een laag niveau.
Het waarschuwingslampje 23 brandt geel om u te waarschuwen. Het vermogen van de elektromotor wordt beperkt om te zorgen dat het Hybrid systeem correct werkt, totdat het laadniveau van de accu voldoende is.
Kies voor een soepeler rijstijl of stop de auto, indien mogelijk, zonder het contact uit te schakelen tot het waarschuwingslampje 23 weer blauw wordt.
Waarschuwingslampje elektrische bedrijfsmodus 24
Dit verschijnt als het voertuig enkel wordt aangedreven door de tractiebatterij.
Het bereik met de overgebleven brandstof 25
Brandstofpeilmeter 26
Als het minimumpeil is bereikt, licht het waarschuwingslampje
in de meter oranje op en klinkt een geluidssignaal. Vul de tank zo snel mogelijk, ongeacht het resterende laadniveau. Als het voertuig geen brandstof meer bevat, tankt u minimaal 8 liter brandstof. Anders blijft de hybride modus onbeschikbaar.
Geselecteerde rijmodus 27
Weergave Klaar om te rijden28
Het bericht READY verschijnt als het contact wordt ingeschakeld en verdwijnt als de auto sneller rijdt dan 5 km/u.
Snelheidsmeter 29
Boordcomputer 30
Kilometertotaalteller 31
Zone voor boordcomputer of multimedia-informatie 32
Energie-indicator 33Auto: HYBRID
Verbruiksmeter 34Tips voor het rijden, zuinig rijden
Temperatuurweergave verbrandingsmotor 35
Druk op de schakelaar 36 voor toegang tot zone F en druk vervolgens op schakelaar 37 of 38 totdat de indicator verschijnt.