Dacia Spring
Instrumentenpaneel A
Dit gaat branden wanneer het contact wordt ingeschakeld.
Het oplichten van sommige controlelampjes gaat vergezeld van een boodschap.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij auto's met een multimediascherm.
Bij auto's zonder multimediascherm Auto's zonder een multimediascherm.
Waarschuwingslampje van het niet dragen van de autogordel 1
Snelheidsmeter 2
Indicatielampje rijmodus 3
D: Vooruit
N: Neutrale modus
R: Achteruit
B; Remmodus
Waarschuwingslampje regeneratief remniveau 4
Batterij-informatie 5 (geschatte actieradius).
Econometer 6
Het display geeft de resterende hoeveelheid energie aan.
Restniveau "hoogspanning tractiebatterij" 7
Waarschuwingslampje kabel aangesloten 8
Gaat branden zodra de oplaadkabel op het voertuig wordt aangesloten.
Resterende laadtijd 9
Laadniveau 10
De meter geeft de resterende hoeveelheid energie aan.
Peil tractiebatterij 11
Reservedrempel
Zodra het laadniveau van de tractiebatterij ongeveer 7% of 12% is, afhankelijk van de auto, verschijnen de peilmeter en het gele controlelampje12
en hoort u een geluidssignaal.
De actieradius optimaliseren Actieradius van de auto
Drempels van onmiddellijke stilstand
Wanneer het laadniveau ongeveer 4% bereikt, klinkt er opnieuw een pieptoon en licht de meter rood op of, afhankelijk van het voertuig, 30 seconden nadat de meter rood oplicht.
Als het laadniveau 3,5% is, of afhankelijk van de auto ongeveer 5%, wordt de actieradius niet meer weergegeven. Het motorvermogen blijft zakken totdat de auto stilvalt pechhulp.
Vermogen dat het voertuig binnenkomt 13
ECO-modus 14
Informatie over rijhulpmiddelen 15
Buitentemperatuur 16
Geeft de buitentemperatuur aan.
Informatiegebied 17, blader, afhankelijk van het voertuig, met de knop 18 om verschillende widgets te selecteren op het instrumentenpaneel A:
- informatie ritcomputer (kilometerteller, verbruik enz.);
- telefoon- en multimedia-informatie (audiobron die momenteel wordt afgespeeld enz.);
- voertuiginformatie (waarschuwingsberichten enz.);
- ...
Op de widgetpagina EV-autonomie wordt de balk met het minimum- en maximumbereik van de autonomie weergegeven 19
Op de widgetpagina EV-autonomie wordt de huidige autonomie en eenheid weergegeven 20
Op de widgetpagina Verbruik wordt de meter voor direct verbruik weergegeven 21 weer
Met de balk voor de laadtoestand wordt het huidige niveau van de beschikbare lading van de accu van de auto weergegeven 22
Resterende afstand voor onderhoud en resterende dagen voor onderhoud 23
Melding die aangeeft dat het voertuig klaar is om te rijden 24.
De melding GEREED verschijnt als de motor start en verdwijnt als de auto sneller rijdt dan ongeveer 5 km/u.
Remdrukindicator 25
Geeft aan dat het rempedaal moet worden ingetrapt om de rijmodus te wijzigen (R, N, D of B).
Indicatielampje rijstijl 26Indicatielampje rijstijl <cite>1</cite>.
Richtingaanwijzers 27
Waarschuwingslampje 28
Waarschuwingslampje lage bandenspanning 29Waarschuwing bij verlies van bandenspanning
Airbag waarschuwingslampje 30AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN
Controlelampje detectie handen op stuurwiel 31Preventie verlaten rijstrook
Waarschuwingslampje parkeerrem 32handrem
Waarschuwingslampje Onmiddellijk stoppen 33
Instrumentenpaneel in mijlen
(mogelijkheid om over te gaan op km/u)
Auto's zonder een multimediascherm
- Schakel het contact uit en druk zo vaak als nodig op 27 om de "Instellingen" te openen.
- druk herhaaldelijk op 28 of 27 om naar de "Voertuiginstellingen" te gaan en druk op 28 "OK ".
- druk herhaaldelijk op 28 of 27 tot u bij "INSTRUMENTENPANEEL" bent en druk op 28 "OK ".
- Druk herhaaldelijk op de knop 28 of 27 tot u bij "Eenheid: km/h" bent (of indien gewenst bij "Eenheid: mph") en druk vervolgens op 28 "OK ".
Auto's uitgerust met een multimediascherm.
Zie de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem om de eenheid te selecteren.
Opmerking: in beide gevallen gaat de boordcomputer na een onderbreking van accuvoeding automatisch terug naar de oorspronkelijke eenheid.
Om terug te gaan naar de vorige eenheid, gaat u op dezelfde manier te werk.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.
tip
Om bepaalde rijhulpfuncties te kunnen gebruiken, dient u de meeteenheid op het instrumentenpaneel te wijzigen zodat u de juiste informatie krijgt als u rijdt in een land waar de snelheidseenheid verschilt van de standaard instelling op uw auto.
warning
Voer deze aanpassingen uitsluitend uit als de auto stilstaat.