nieuwe Dacia Spring

Slepen: pech

pechhulp

Voordat u gaat slepen, zet u de hendel in de neutraalstand (stand N bij auto's met een automatische versnellingsbak), ontgrendelt u de stuurkolom en zet u de parkeerrem vrij.

Algemeen

Houd u altijd aan de wettelijke bepalingen inzake het slepen.

Als u de sleepauto bestuurt, let dan op het toegestane sleepgewicht voor uw auto.

Uw auto slepen of bergen op een dieplader

De auto kan het beste worden vervoerd op een dieplader of gesleept worden met de voorwielen los van de grond.

Voordat u uw auto sleept of op een dieplader bergt, dient u de volgende instructies in acht te nemen:

  • steek de sleutel in het contact en zet deze in stand "AAN" ON of, afhankelijk van de auto, met de kaart aanwezig in het interieur, druk ongeveer twee seconden op de startknop;
  • zet de versnellingshendel in stand N. . De stuurkolom wordt ontgrendeld en de accessoires worden gevoed. U kunt de autoverlichting gebruiken (waarschuwingslampjes, remlichten, enz.). In het donker moet de verlichting van de auto aan zijn;
  • maak de autogordel van de bestuurder los als deze vastgemaakt is;
  • open het bestuurdersportier;
  • zet de parkeerrem los terwijl u het rempedaal intrapt (het controlelampje op de schakelaar en het 2_ALL_026_1_pictogramme.png waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel gaan uit);
  • sluit het bestuurdersportier maar vergrendel de auto niet.

Opmerking: Als u de versnellingshendel niet in stand N kunt zetten, neem dan contact op met een merkdealer.

Druk, afhankelijk van de auto, na het slepen een keer kort op de startknop van de motor (risico van het ontladen van de accu).

warning

Bij stilstaande motor werken de stuur- en rembekrachtiging niet meer.

warning

Verwijder de sleutel niet uit het contactslot of laat de kaart tijdens het slepen niet in het voertuig (afhankelijk van het voertuig).

Risico van blokkeren van de stuurkolom.

Bijzonderheden van auto’s uitgerust met een automatische transmissie

In uitzonderlijke omstandigheden kunt u de auto laten slepen met de vier wielen op de grond, uitsluitend vooruit rijdend met de versnellingshendel in neutrale stand (N), over een afstand van maximaal 80 km en met een maximale snelheid van 25 km/u.

Toegang tot het sleeppunt

Gebruik uitsluitend het sleeppunt voor 2 (en nooit de aandrijfassen of enig ander deel van de auto). Dit sleeppunt mag alleen voor slepen worden gebruikt. Het mag nooit voor het heffen van de auto, direct of indirect, in gebruik worden genomen.

Opmerking: Zorg ervoor dat u het trekpuntgebied bijvoorbeeld met een doek beschermt wanneer u een platte schroevendraaier of vergelijkbaar gereedschap gebruikt.

Schroef het sleepoog 3 zo goed mogelijk vast met de hand.

Gebruik uitsluitend het sleepoog 3.

Sleeppunt voor 2

Druk op het bovenste gedeelte van de klep 1 om deze te kantelen.

warning

Zorg ervoor dat het sleepoog correct is vastgeschroefd.

Risico om het gesleepte object te verliezen.

warning

Bij stilstaande motor werken de stuur- en rembekrachtiging niet meer.

warning
  • Gebruik een starre sleepstang. Indien u een touw of kabel gebruikt bij het slepen (als dit wettelijk toegestaan is), moet de auto die gesleept wordt nog kunnen remmen.
  • een auto die gesleept wordt, moet te allen tijde bestuurbaar zijn.
  • Accelereer en rem gelijkmatig en zonder schokken om te voorkomen dat de auto beschadigt.
  • In elk geval is een maximale snelheid van 25 km/u raadzaam.
tip

Om schade aan uw auto te voorkomen, is het absoluut verboden het sleeppunt en andere middelen te gebruiken om een andere auto te slepen.