Dacia Spring

Installatieschema voor vierzits uitvoering

warning

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Kinderzitje bevestigd met hetISOFIX-systeem.

Plaats waar een ISOFIX-kinderzitje is toegelaten.

3_ALL_085_1_pictogramme.png

De zitplaatsen achterin zijn voorzien van een verankering voor de bevestiging van een universeel ISOFIX-kinderzitje vooruit. De verankeringen bevinden zich op de rugleuningen van de achterstoelen.

2_ALL_046_1_pictogramme.png

Stoel niet geschikt voor het installeren van kinderzitjes.

Controleer de staat van de airbag voordat u een passagier laat plaatsnemen of een kinderzitje installeert.

warning

Controleer of uw kind altijd vastzit en het harnas of de gordel correct is afgesteld en aangepast Autogordels.

Pas indien nodig de zitpositie aan.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Om op deze zitplaats een ISOFIX-kinderzitje te installeren, maakt u eerst de autogordel los nadat u de bouten vastzet.

In de tabel hieronder staat dezelfde informatie als in de weergave van de installatie, overeenkomstig de wettelijke voorschriften.

Vierzits uitvoering

Type kinderzitje

Gewicht van het kind

Grootte van het zitjeISOFIX

[FIXTURE]

Zitplaats voorin passagier

Zitplaatsen achter aan de zijkanten

Reiswieg dwars

Groep 0

< tot 10 kg

L1 [F], L2 [G]

X

X

Kinderzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 of 0 +

< tot 10 kg en tot < 13 kg

R1 [E]

X

IL (1)

Kinderzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 + en 1

< tot 13 kg en

9 tot 18 kg

R3 [C], R2 [D]

X

IL (1)

Kinderzitje vooruit geplaatst

Groep 1

9 tot 18 kg

F3 [A], F2 [B],

F2X [B1]

X

IUF - IL (2)

Zittingverhoger

Groepen 2 en 3

15 tot 25 kg en

22 tot 36 kg

B2

X

IUF - IL (2)

Zitje, maat I

X

X

X = Plaats niet toegelaten voor het installeren van een kinderzitje ISOFIX.

IUF/IL = Plaats toegestaan voor bevestiging met het ISOFIX-systeem, indien aanwezig, van een kinderzitje dat goedgekeurd is als "Universeel"/"Semi-universeel" of "specifiek voor een auto"; controleer dat het correct kan worden gemonteerd.

(1)Zet de stoel van de auto zo nodig zo ver mogelijk naar achteren. Zet de voorstoel van het voertuig zo ver mogelijk naar voren om een kinderzitje achterstevoren te installeren, en zet daarna de stoel ervoor zo ver mogelijk terug zonder dat deze tegen het kinderzitje komt.

(2) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achteraan waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren nadat u het kinderzitje Hoofdsteun achter plaatst. Zet de stoel voor het kind naar voren en zet de rugleuning recht om contact tussen de stoel en de benen van het kind te vermijden.

De grootte van een ISOFIX-kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

  • F3, F2, F2X [A, B, B1}: voor zitjes vooruit van groep 1 (van 9 tot 18 kg);
  • R3, R2, R2X [C, D}: kuipzitjes of achterwaarts gerichte zitjes van groep 0+ (minder dan 18 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R1 [E}: voor achterwaarts gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of 0+ (minder dan 13 kg);
  • L1, L2 [F, G}: reiswiegjes van groep 0 (minder dan 10 kg);
  • B2: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg).

Weergave van de installatie in de Société-uitvoering

warning

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Controleer de status van de airbag voordat u een passagier de stoel laat gebruiken.

2_ALL_046_1_pictogramme.png

Plaats verboden voor het installeren van dit type kinderzitje.

warning

Het is ten strengste verboden om een kinderzitje op de passagiersstoel te installeren.