Dacia Striker

Instrumentenpaneel A

wordt verlicht zodra het bestuurdersportier wordt geopend. Het oplichten van sommige controlelampjes gaat vergezeld van een boodschap.

Weergave kiezen

Afhankelijk van de auto zijn er verschillende weergaven beschikbaar op het instrumentenpaneel. Om een weergave te selecteren, drukt u zo vaak als nodig is op knop 1 om door de verschillende weergaven op het instrumentenpaneel A te bladeren totdat u de gewenste weergave bereikt.

Alle beschikbare weergaven geven de volgende essentiële informatie weer op het instrumentenpaneel:

  • snelheidsmeter;
  • informatie over de geactiveerde rijhulpmiddelen;
  • informatiezone.

De weergave "Minimaal" geeft alleen de essentiële informatie op het instrumentenpaneel weer.

De "Klassieke" weergave toont de essentiële informatie, de toerenteller en de energiemeter (afhankelijk van de auto), op het instrumentenpaneel.

De weergave "Rijhulpsystemen" geeft gedetailleerde en onmiddellijke informatie weer met betrekking tot de geactiveerde rijhulpmiddelen op het instrumentenpaneel. Bijvoorbeeld de nabijheid van een witte lijn of te dicht bij de voorligger staan.

Weergave van de informatie

Zoemer te hoge snelheid

Afhankelijk van de auto en het land wordt het waarschuwingslampje 2_ALL_349_1_pictogramme.png weergegeven en is een geluidssignaal te horen. Dit geluidssignaal is te horen zodra de auto sneller rijdt dan 120 km/u. Het waarschuwingslampje blijft branden zolang de auto sneller rijdt dan 120 km/u.

Geselecteerde rijmodus 2

Toerenteller 3

(schaal x 1000)

Deze wordt op een andere manier weergegeven volgens de gekozen instelling op het instrumentenpaneel. Afhankelijk van de geselecteerde rijstijl wordt deze mogelijk niet weergegeven.

Snelheidsmeter 4

Afhankelijk van de geselecteerde rijstijl varieert het display.

Kilometertotaalteller 5Gegevens van de reis

Koelvloeistoftemperatuurmeter 8

Bij normaal gebruik moet de aanwijzer 8 vóór zone 7.blijven.

Bij intensief gebruik kan de indicator in de buurt van de zone komen.

Dit is alleen ernstig als het controlelampje 1_ALL_040_1_pictogramme.png verschijnt, samen met een bericht op het instrumentenpaneel en een piepsignaal.

Geschatte actieradius met de overgebleven brandstof 9

Deze waarde verschijnt nadat er 400 meter is gereden Gegevens van de reis

Brandstofpeilmeter 10

Als het minimumpeil is bereikt, licht het waarschuwingslampje 2_ALL_522_1_pictogramme.png in de meter oranje op en klinkt een geluidssignaal.

Vul het reservoir met minimum 8 liter brandstof.

Informatiezone 6Algemeen

Gebruik, afhankelijk van de auto, de knop 11 of 12 om te bladeren door de diverse widgets op het instrumentenpaneel:

  • informatie van de boordcomputer (kilometerteller, waarschuwingsberichten, enz.);
  • multimedia-informatie (kompas, audiobron die momenteel wordt afgespeeld enz.);
  • ...

Richtingaanwijzers 13

Waarschuwingslampje 14

Waarschuwingslampje lage bandenspanning 15Waarschuwing bij verlies van bandenspanning

Waarschuwingslampje airbag16Correctiemiddelen en hulpmiddelen voor bestuurder

Waarschuwingslampje parkeerrem of automatische parkeerrem 17Parkeerrem

Waarschuwingslampje Onmiddellijk stoppen 18

Hybrid versie

Instrumentenpaneel A

Geschatte actieradius met de overgebleven LPG-brandstof 27

LPG-brandstofpeil-indicator 28

Geselecteerde rijmodus 19

Melding die aangeeft dat het voertuig klaar is om te rijden 20

Het bericht READY verschijnt als het contact wordt ingeschakeld en verdwijnt als de auto sneller rijdt dan ongeveer 5 km/u km/h.

Snelheidsmeter 21

Afhankelijk van de geselecteerde rijstijl varieert het display.

Informatiezone 22Algemeen

Restniveau "hoogspanning tractiebatterij" 23

Batterij bijna leeg

Bij extreem gebruik op lage snelheid kan het laadniveau van de accu zakken tot een laag niveau.

Het waarschuwingslampje 24 brandt geel om u te waarschuwen.

Het vermogen van de elektromotor wordt beperkt om te zorgen dat het Hybrid systeem correct werkt, totdat het laadniveau van de accu voldoende is.

Kies voor een soepeler rijstijl of stop de auto, indien mogelijk, zonder het contact uit te schakelen tot het waarschuwingslampje 24 weer blauw wordt.

Drempel immobilisatie op handen

Bij extreem en langdurig gebruik van het voertuig (bijv. slepen of rijden op steile hellingen of ruig terrein) met snelheden lager dan 10 km/u) km/h, kan het laadniveau de drempelwaarde voor onmiddellijke blokkering bereiken.

Er klinkt een pieptoon en het rode controlelampje verschijnt.

Als het laadniveau blijft dalen, wordt het elektrische bereik niet meer getoond.

Stop indien mogelijk het voertuig, als de verkeersomstandigheden het toelaten.

Laat de verbrandingsmotor draaien totdat de waarschuwingslampjes verdwijnen.

Dit is nodig om de tractiebatterij op te laden.

Waarschuwingslampje elektrische modus 25

Dit verschijnt als het voertuig enkel wordt aangedreven door de tractiebatterij.

Verbruiksmeter 26Tips voor het rijden, zuinig rijden

Energie-indicator 29Auto: HYBRID

Afhankelijk van de geselecteerde rijstijl varieert het display.

Gebruik, afhankelijk van de auto, de knop 11 of 12 om te bladeren door de diverse widgets op het instrumentenpaneel:

  • informatie van de boordcomputer (kilometerteller, waarschuwingsberichten, enz.);
  • multimedia-informatie (kompas, audiobron die momenteel wordt afgespeeld enz.);
  • energie-indicator;
  • koelvloeistof temperatuurmeter;
  • ...

Waarschuwing minimumpeil motorolie

Bij het starten van de motor waarschuwt het display op het instrumentenpaneel als het minimum oliepeil is bereiktMotorolie.

Bij de eerste waarschuwing kunt u deze laten verdwijnen door te drukken op de schakelaar "OK".

De volgende waarschuwingen verdwijnen automatisch na ongeveer 30 seconden.

Instrumentenpaneel in mijlen

(mogelijkheid om over te gaan op km/u)

Als de auto stilstaat en de motor is ingeschakeld, selecteert u in het multimediascherm "Voertuig" wereld, drukt u op het menu "Instellingen", "Systeem", "Eenheden" en vervolgens "Snelheid".

Selecteer km/h of mph.

Zie de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem om de eenheid te selecteren.

Opmerking: in beide gevallen keert de rekeneenheid aan boord automatisch terug naar de oorspronkelijke meeteenheid zodra de accu wordt uitgeschakeld.

De snelheidsmeter en sommige afstandsinformatie die op het instrumentenpaneel is weergegeven, worden geconverteerd.

Om terug te gaan naar de vorige eenheid, gaat u op dezelfde manier te werk.

Opmerking: nadat de accu is losgekoppeld, herstelt de boordcomputer automatisch de oorspronkelijke meeteenheid.

Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.

tip

Om bepaalde rijhulpsystemen te kunnen gebruiken, dient u de meeteenheid op het instrumentenpaneel te wijzigen om de juiste informatie te verkrijgen als u rijdt in een land waar de snelheidseenheden verschillen van die welke standaard zijn ingesteld op uw auto.

warning

Voer om veiligheidsredenen afstellingen uit terwijl de auto stilstaat.