Dacia Striker

Algemeen

11005_P1310_001_1_image.jpeg

1.

Ontgrendelen van alle portieren.

2.

Vergrendelen van alle portieren.

3.

Ontgrendelen/vergrendelen van de bagageruimte.

4.

Op afstand inschakelen van de verlichting.

Met de kaart kunt u:

Actieradius

Controleer of de batterij van het juiste model en in goede conditie is, en correct geplaatst. De levensduur bedraagt ongeveer twee jaar: vervang de batterij zodra het bericht "Batterij kaart bijna leeg" op het instrumentenpaneel verschijnt Handsfree kaart: batterij.

Bereik van de card

Dit varieert, afhankelijk van de omgeving: Let er bij het hanteren van de kaart op dat u niet per ongeluk op een knop drukt, omdat de auto hierdoor onbedoeld kan worden vergrendeld of ontgrendeld.

Opmerking: indien een portier (deur of bagageruimte) openstaat of niet correct gesloten is, mislukt het vergrendelen en klinkt er een pieptoon.

Interferentie

De werking van de kaart kan gestoord worden in de omgeving van een zendinstallatie of bij gebruik van apparatuur die werkt op dezelfde frequentie als de kaart.

tip

Bij lege batterij, kunt u de auto altijd vergrendelen/ontgrendelen en starten Portieren en kleppen vergrendelen, ontgrendelenContactslot bij auto's met een kaart.

Functie "Verlichting op afstand"

Druk op knop 4 om de interieurverlichting, de markeringslichten en de dimlichten circa 20 seconden aan te zetten. Hiermee kan uw auto op afstand worden herkend, bijvoorbeeld op een parkeerterrein.

Opmerking: druk nogmaals op knop 4 om de verlichting uit te schakelen.

tip

Advies

Stel de kaart niet bloot aan warmte, koude of vocht.

Bewaar de kaart niet op een plaats waar deze kan worden gebogen of per ongeluk kan worden beschadigd: als u bijvoorbeeld gaat zitten terwijl de kaart in een achterzak van een kledingstuk zit.

tip

Vervangen: behoefte aan een extra kaart

Bij verlies, of voor het bestellen van een extra kaart, kunt u deze uitsluitend bestellen bij een erkende dealer.

Als u een kaart vervangt, moet u met de auto en alle kaarten naar een merkdealer gaan om het systeem te resetten.

U kunt maximaal vier kaarten per auto gebruiken.

warning

Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de auto

Laat uw auto nooit achter met een kind, een niet-autonome volwassene of een dier in de auto, zelfs niet eventjes.

Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz.

Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.

RISICO OP LEVENSGEVAAR OF ERNSTIG LETSEL.

Riem aanbrengen 7

Schuif de behuizing achter 5 omlaag terwijl u op de zone Adrukt.

tip

Steek nooit gereedschap zoals een schroevendraaier in de opening 6.

Steek het polsbandje in onderdeel 8 en haal het uiteinde van het polsbandje door de lus.

Plaats de riem bij de opening 6 en sluit de behuizing.

Opmerking: controleer of de diameter van het polsbandkoord 7 past in de opening 6.

Gebruik

Er zijn twee manieren voor het vergrendelen/ontgrendelen van de auto:

  • in handsfree modus, terwijl men naar de auto toeloopt of ervan wegloopt;
  • de kaart gebruiken in de afstandsbedieningsmodus.
warning

Laat nooit een kaart in de auto liggen als u de auto verlaat.

tip

Berg de kaart niet op op een plaats waar andere elektronische apparaten (computer, telefoon enz.) de werking ervan kunnen verstoren.

warning

Verantwoordelijkheid van de bestuurder

Laat uw auto nooit achter met een kind, een niet-autonome volwassene of een dier in de auto, zelfs niet eventjes.

Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz.

Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.

RISICO OP LEVENSGEVAAR OF ERNSTIG LETSEL.

De handsfree-functie uit- of inschakelen

Afhankelijk van de auto kunt u de ontgrendeling bij het naderen en vergrendeling bij het weglopen van de auto uit-/inschakelen.

U kunt ook het piepgeluid dat bij het sluiten van het slot klinkt wanneer u van de auto wegloopt in- of uitschakelen Menu voor het personaliseren van de auto-instellingen..

Gebruik van de card in "hands-free"-modus

De "handsfree"-modus maakt de ontgrendeling/vergrendeling mogelijk zonder de knoppen op de card te gebruiken wanneer de card zich in de toegangszone 1 bevindt.

Opmerking: als de auto langer dan acht dagen niet is gebruikt, schakelt het "handsfree"-systeem over naar de stand-bymodus. Om de functie opnieuw in te schakelen, drukt u op de ontgrendelknop van de card.

"Handsfree" ontgrendeling bij het naderen van de auto

Als de kaart in de toegangszone 1is, wordt de auto ontgrendeld.

Ontgrendeling wordt aangegeven door één keer knipperen van de alarmknipperlichten en de zijrichtingaanwijzers.

"Handsfree" vergrendelen terwijl men van de auto wegloopt

Beweeg weg van de auto, terwijl u de kaart bij u hebt en de portieren en bagageruimte zijn gesloten: de auto vergrendelt automatisch zodra u de toegangszone 1 verlaat.

Opmerking: de afstand waarop de auto wordt vergrendeld is afhankelijk van de omgeving waarin u zich bevindt.

Het vergrendelen ziet u aan het twee keer oplichten van de alarm- en zijknipperlichten.

Het vergrendelen wordt bevestigd met een geluidssignaal.

Bijzonderheden met betrekking tot het ontgrendelen

Automatische ontgrendeling bij benadering van de auto wordt uitgeschakeld indien de auto gedurende acht dagen niet is gebruikt.

Gebruik de kaart als afstandsbediening om het voertuig te ontgrendelen en de modus opnieuw te activeren.

Bijzonderheden met betrekking tot het vergrendelen

Als een portier geopend of niet goed gesloten is, wordt de auto niet vergrendeld als u weg gaat.

Bijzonderheden met betrekking tot handsfree vergrendelen

Nadat de auto is vergrendeld met de handsfree-functie, moet u ongeveer drie seconden wachten voordat u de auto weer kunt ontgrendelen. Tijdens deze drie seconden kunt u nagaan of de auto goed vergrendeld is door aan de handgrepen van de deuren te trekken.

Indien de kaart ongeveer 15 minuten binnen de toegangszone 1 blijft, wordt de vergrendeling op afstand uitgeschakeld. Als u de auto wilt ontgrendelen, drukt u op de knop 4 op de kaart.

De vergrendeling van het voertuig kan enkel gebeuren indien er zich een card in de zone 2bevindt. Als het voertuig wordt ontgrendeld door op de knop van de kaart te drukken, maar er vervolgens geen portier wordt geopend, wordt het "handsfree" vergrendelen bij weggaan uitgeschakeld.

warning

Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de auto

Laat uw auto nooit achter met een kind, een niet-autonome volwassene of een dier in de auto, zelfs niet eventjes.

Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz.

Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.

RISICO OP LEVENSGEVAAR OF ERNSTIG LETSEL.

Gebruik van de card met afstandsbediening

11004_P1310_003_1_image.jpeg

Ontgrendelen met behulp van de kaart

Druk op de knop 3. Ontgrendeling wordt aangegeven door één keer knipperen van de alarmknipperlichten en zijherhalers.

Bij een auto met een automatische achterklep houdt u de knop 5 ingedrukt om het voertuig te ontgrendelen en de achterklep te openen.

Druk nogmaals op de knop 5 om de automatische achterklep te sluiten maar niet te vergrendelen. Om de auto te ontgrendelen, drukt u op de knop 4.

Als er vervolgens wordt geprobeerd om een portier te openen door te drukken op de handgreep terwijl ondertussen de portieren op afstand worden ontgrendeld, blijft het portier vergrendeld. Om dit te verhelpen, laat u de hendel los en ontgrendelt u het voertuig opnieuw door op de knop 3 op de kaart te drukken.

Vergrendelen met de kaart

Druk met gesloten portieren en bagageruimte op knop 4: de auto is vergrendeld. Het vergrendelen ziet u aan het twee keer oplichten van de alarm- en zijknipperlichten.

Opmerking: de maximale afstand waarop de auto kan worden vergrendeld is afhankelijk van de omgeving.

Bijzonderheden

De auto kan niet worden vergrendeld als één een van de portieren of de klep van de bagageruimte open of niet goed gesloten is en er klinkt een pieptoon.

tip

Als de motor draait werken de knoppen op de kaart niet.

Wanneer de kaart zich bij draaiende motor en na het openen en sluiten van een portier niet langer binnen de zone 2, het bericht "Kaart niet gedetecteerd" wat erop wijst dat de kaart zich niet meer in de auto bevindt. Dit helpt om bijvoorbeeld te voorkomen dat u wegrijdt nadat een passagier is uitgestapt met de kaart bij zich.

De waarschuwing verdwijnt zodra de card weer gedetecteerd is.

Ramen openen/sluiten

11004_P1310_003_1_image.jpeg

Houd knop 3 op de kaart ingedrukt om de 4 voor- en achterramen te openen.

Houd knop 4 op de kaart ingedrukt om de 4 voor- en achterramen te sluiten.

Ontgrendelen/vergrendelen van alleen de achterklep

Bij een voertuig met een handmatige (niet-gemotoriseerde) achterklep, drukt u op knop 5 om alleen de bagageruimte te ontgrendelen/vergrendelen.

Opmerking: na het ontgrendelen van alleen de bagageruimte met knop 5, moet u de andere portieren als volgt ontgrendelen:

  • om op knop 3 te drukken;

of

  • om weg te lopen van de auto zodat de automatische vergrendeling wordt geactiveerd wanneer u zich van de auto verwijdert. In dit geval wordt het ontgrendelen bij het naderen van de auto weer ingeschakeld.
warning

Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de auto

Laat uw auto nooit achter met een kind, een niet-autonome volwassene of een dier in de auto, zelfs niet eventjes.

Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz.

Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.

RISICO OP LEVENSGEVAAR OF ERNSTIG LETSEL.

Handsfree kaart: batterij

Storingen

Als de accu te zwak is om correct te werken, kunt u nog steeds de auto starten en vergrendelen/ontgrendelen Portieren en kleppen vergrendelen, ontgrendelen.

warning

Indien ze moeten worden vervangen, gebruik hetzelfde of een gelijkwaardig type batterijtje (raadpleeg een merkdealer).

warning

Bij het vervangen:

  • Controleer of de batterijtjes goed zijn geplaatst.

Risico van explosie.

  • Als de klep niet goed sluit: niet gebruiken en buiten bereik van kinderen houden.

Vervangen van de accu

11004_P1310_005_1_image.jpeg

Wanneer het bericht "Batterij kaart bijna leeg" op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u het batterijtje van de kaart vervangen:

  • schuif de behuizing achter 1 omlaag terwijl u op de zone Adrukt;
  • verwijder in zone B het deksel 2 van de accu 3 door dit omhoog te tillen;
  • Verwijder de batterij door op één kant te drukken en de andere kant op te tillen.
  • Plaats terug volgens de richting en het model aangeduid in het deksel.

Bij het opnieuw monteren, ga te werk in omgekeerde volgorde, ga vervolgens naast de auto staan en druk vier keer op een van de knoppen van de kaart: de melding verdwijnt de volgende keer dat de auto wordt gestart.

Zorg dat het deksel goed vastzit.

Opmerking: raak bij het vervangen van het batterijtje het circuit of contacten in de kaart niet aan.

warning

Voorzorgen met betrekking tot batterijen:

  • houd (nieuwe of oude) batterijen buiten het bereik van kinderen.
  • batterijen niet inslikken;

Risico van chemische brandwonden die dodelijk kunnen zijn.

  • Indien er batterijtjes zijn ingeslikt of in het lichaam ingebracht, moet zo snel mogelijk een arts worden geraadpleegd.
tip

De batterijtjes zijn verkrijgbaar bij een merkdealer, de levensduur is ongeveer twee jaar. Zorg ervoor dat er geen inktvlekken op het batterijtje zitten: risico op slecht elektrisch contact.

15008_P1310_001_1_image.jpeg

tip

Gooi uw gebruikte batterijen niet weg bij het gewone afval. Breng ze naar een merkdealer of raadpleeg uw lokale autoriteit voor informatie over het inleveren ervan bij een erkend recyclingcentrum.