Dacia Striker

Ruitenwisser, sproeier voor

Auto voorzien van ruitenwisser met interval

A

een enkele wisbeweging

Door kort te drukken maakt de ruitenwisser één wisbeweging.

B

uit

C

wissen met intervallen

De wissers vegen met tussenpozen van enkele seconden.

D

langzaam continu wissen

E

snel continu wissen

Bijzonderheid

Tijdens het rijden, gaat de wisser langzamer werken als de auto stopt. Van snel continu wissen naar langzaam continu wissen. Zodra de auto weer gaat rijden, beginnen de wissers weer met de oorspronkelijk ingestelde snelheid te werken.

Elke actie op de schakelaar 1 overschrijft en annuleert de automatische functie.

Opmerking: bij het wassen in een rollertype autowasstraat, draai de ring 2 op de hendel 1 terug in de uit-stand om de ruitenwissers uit te schakelen.

Opmerking: zodra u klaar bent, vergeet niet om de ring 2 op de hendel 1 terug te zetten naar de uit-stand, zodat de wissen niet per ongeluk worden geactiveerd bij het volgende gebruik.

Auto met ruitenwissers met regensensor

De regensensor bevindt zich op de voorruit, voor de binnenspiegel.

A

een enkele wisbeweging

Door kort te drukken maakt de ruitenwisser één wisbeweging.

B

uit

C

functie automatisch wissen (afhankelijk van de auto)

In deze stand signaleert het systeem water op de voorruit en schakelt het wissen in met een aangepaste wissnelheid.

11016_P1310_003_1_image.jpeg

De inschakeldrempel van het wissen en de duur van het interval is te regelen door de ring 2 te verdraaien:

  • F: minimale gevoeligheid;
  • G: maximale gevoeligheid.

Hoe hoger de gevoeligheid, des te sneller reageren de ruitenwissers en wordt de frequentie van het wissen verhoogd.

Wanneer automatisch wissen is ingeschakeld of de gevoeligheid wordt verhoogd, wordt één wisbeweging uitgevoerd.

Opmerking:

  • de regensensor heeft enkel een ondersteunende functie. Bij beperkte zichtbaarheid moet de bestuurder zijn ruitenwisser handmatig inschakelen. Bij mist of sneeuw worden de ruitenwissers niet automatisch ingeschakeld en moeten door de bestuurder worden bediend.
  • Bij temperaturen onder nul wordt automatisch wissen niet ingeschakeld wanneer de auto wordt gestart. Deze functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto sneller rijdt dan een bepaalde snelheid (ongeveer 8 km/uur).
  • Schakel automatisch wissen niet in bij droog weer.
  • Ontdooi de voorruit volledig voordat u het automatisch wissen inschakelt;
  • wanneer u de auto door een wasstraat rijdt, moet u de schakelaar 1 in stand B zetten om het automatisch wissen uit te zetten.

Als uw auto is uitgerust met een menu voor het afstellen van de auto, kunt u ervoor kiezen de functie Menu voor het personaliseren van de auto-instellingen. in of uit te schakelen.

Voor auto's die niet zijn uitgerust met een menu om de instellingen te personaliseren, kunt u de functie laten deactiveren door een erkende dealer.

Bedrijfsstoringen

In het geval van een storing van het automatisch wissen worden de wissers ingesteld op intervalwissen. Raadpleeg een merkdealer.

De werking van de regensensor kan worden verstoord bij:

  • beschadigde ruitenwissers: een waterfilm of sporen die door een wisserblad zijn achtergelaten in de detectiezone van het opname-element kunnen de reactietijd van de automatische ruitenwissers verhogen, of de wisfrequentie doen toenemen;
  • barsten of scheuren in de voorruit in de buurt van de sensor, stof, vuil, insecten of rijm op de voorruit of het gebruik van reinigingswas of waterafstotende producten; In dit geval zullen de ruitenwissers minder gevoelig zijn of zelfs helemaal niet reageren.

D

langzaam continu wissen

E

snel continu wissen

Bijzonderheid

Tijdens het rijden, gaat de wisser langzamer werken als de auto stopt. Van snel continu wissen naar langzaam continu wissen. Zodra de auto weer gaat rijden, beginnen de wissers weer met de oorspronkelijk ingestelde snelheid te werken.

Elke actie op de schakelaar 1 overschrijft en annuleert de automatische functie.

Voorzorgsmaatregelen

  • Controleer bij vorst voordat u de ruitenwisser inschakelt of de ruitenwisserbladen niet zijn vastgevroren. Als u de ruitenwisser inschakelt terwijl de bladen zijn vastgevroren, kunt u zowel de bladen als de motor van de ruitenwisser beschadigen.
  • Activeer de ruitenwissers niet op een droge ruit. Dit kan leiden tot vroegtijdige slijtage of beschadiging van de wisserbladen.

Voorruitijskrabber 3

warning

Laat gereedschap nooit los in de auto liggen: het risico bestaat dat gereedschap wordt weggeslingerd tijdens het remmen.

Zorg er na gebruik voor dat u de ijskrabber stevig in de houder vastklemt: verwondingsgevaar.

Bijzondere stand van de ruitenwisser voor (onderhoudsstand)

In deze stand kunnen de bladen worden opgetild om ze van de voorruit te verwijderen.

Dit kan nuttig zijn:

Zet, met het contact aan of draaiende motor, de hendel 1 twee keer in de stand A (één wisbeweging). De wisserbladen stoppen iets boven de motorkap.

Om de bladen terug te zetten in de lage stand, zorgt u er met contact AAN voor dat de ruitenwissers zijn neergeklapt op de voorruit. Zet daarna de schakelaar 1 in stand A (één wisbeweging).

Voordat u het contact aanzet, moet u de ruitenwissers op de voorruit zetten. Anders kunnen de motorkap of de wissers beschadigd raken wanneer deze worden ingeschakeld.

warning

Voordat u iets aan de voorruit doet (wassen van de auto, ontdooien of reinigen van de voorruit enz.) zet u de schakelaar 1 in stand B (uit).

Risico van verwonding en/of beschadigingen.

tip

Wanneer er zich obstakels op de voorruit bevinden (vuil, sneeuw, ijs...), maakt u de voorruit (inclusief de centrale zone achter de binnenspiegel) schoon voordat u de ruitenwissers inschakelt (risico op oververhitting van de motor).

Als een obstructie voorkomt dat een ruitenwisserblad beweegt, kan het stoppen met functioneren. Verwijder het obstakel en schakel de ruitenwisser opnieuw in met de ruitenwisserschakelaar.

Ruitensproeier

Met contact aan, trek aan de hendel 1 en laat deze weer los.

Het trekken en vasthouden van de hendel activeert, naast de ruitensproeier vóór, twee heen-en-weer bewegingen van de ruitenwissers, gevolgd door een derde, enkele seconden later.

Opmerking: bij temperaturen onder het vriespunt bestaat het risico dat de ruitensproeiervloeistof op de voorruit bevriest, waardoor het zicht vermindert. Verwarm de voorruit met gebruik van de functie ontwasemen voordat u deze reinigt.

warning

Controleer bij werkzaamheden onder de motorkap of de schakelaar van de ruitenwisser in stand B (uit) staat.

Verwondingsgevaar

tip

De werking van een ruitenwisserblad

Controleer de staat van het ruitenwisserblad. Hun levensduur hangt van u af:

  • dit moet schoon gehouden worden: reinig het ruitenwisserblad en de ruit regelmatig met een sopje.
  • gebruik ze niet op een droge ruit;
  • maak ze los van de ruit als ze lange tijd niet zijn gebruikt.

Vervang deze in alle gevallen zodra de effectiviteit afneemt: ongeveer één keer per jaar Ruitenwisserbladen: vervanging.

Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de ruitenwisser

  • Maak de ruit ijs- en sneeuwvrij voordat u de ruitenwisser bedient (risico op oververhitting van de motor);
  • zorg ervoor dat er geen objecten de uitslag van het ruitenwisserblad belemmeren.

Ruitenwisser/-sproeier van de achterruit

Achterruitenwisser

2_ALL_553_1_pictogramme.png

Draai met ingeschakeld contact aan de ring 4 op de schakelaar 1 totdat het symbool tegenover de markering 2 staat.

  • uit
  • wissen met intervallen

De wissers vegen met tussenpozen van enkele seconden. De veegfrequentie varieert afhankelijk van de snelheid van het voertuig;

  • langzaam continu wissen

Om de bewerking te stoppen, draait u de ring 4 opnieuw.

Opmerking:

Als u de auto door een wasstraat rijdt, moet u de ring 4 van de schakelaar 1 in ruststand zetten om het automatisch wissen uit te zetten.

Opmerking:

Vergeet na gebruik niet om de ring 4 op schakelaar 1 terug te zetten naar de uit-stand, zodat de ruitenwisser niet per ongeluk wordt ingeschakeld bij het volgende gebruik.

tip

Gebruik de ruitenwisserarm niet om de achterklep te openen of te sluiten.

warning

Voordat u iets aan de achterruit doet (wassen van de auto, ontdooien, reinigen enz.) moet u de schakelaar 1 uit zetten.

Risico van verwonding en/of beschadigingen.

tip

De werking van een ruitenwisserblad

Controleer de staat van het ruitenwisserblad. Hun levensduur hangt van u af:

  • dit moet schoon gehouden worden: reinig het ruitenwisserblad en de ruit regelmatig met een sopje.
  • gebruik ze niet op een droge ruit;
  • maak ze los van de ruit als ze lange tijd niet zijn gebruikt.

Vervang deze in alle gevallen zodra de effectiviteit afneemt: ongeveer één keer per jaar Ruitenwisserbladen: vervanging.

Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de ruitenwisser

  • Maak de ruit ijs- en sneeuwvrij voordat u de ruitenwisser bedient (risico op oververhitting van de motor);
  • zorg ervoor dat er geen objecten de uitslag van het ruitenwisserblad belemmeren.

Inschakelen/uitschakelen van de achterruitwisser

Wanneer de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt het intervalwissen van de achterruit ingeschakeld (als de ruitenwissers werken). Als uw auto is uitgerust met een menu voor het afstellen van de auto, kunt u ervoor kiezen de functie Menu voor het personaliseren van de auto-instellingen. in of uit te schakelen.

Voor auto's die niet zijn uitgerust met een menu om de instellingen te personaliseren, kunt u de functie laten deactiveren door een erkende dealer.

Als de achterruit afgedekt is (door vuil, sneeuw, enz.), zal de ruitenwisser proberen alle obstakels weg te vegen. Als een obstakel de beweging van het blad verhindert, kan het blad stoppen. Verwijder het obstakel, wacht ongeveer 30 seconden en schakel de ruitenwisser opnieuw in met de schakelaar voor het wissen.

Voorzorgsmaatregelen

  • Bij ijs, controleer of het wisserblad niet aan de voorruit vastzit voordat u de ruitenwissers inschakelt. Als u de ruitenwisser bedient terwijl het blad geblokkeerd is door vorst, bestaat het risico dat zowel het blad als de motor van de ruitenwisser beschadigd raken.
  • Gebruik de ruitenwisser niet op een droge ruit, omdat dit voortijdige slijtage of schade tot gevolg kan hebben.

Achterruitsproeier

2_ALL_013_1_pictogramme.png

Duw met het contact aan lang tegen de schakelaar 1 en laat vervolgens los.

Als de schakelaar langer ingedrukt gehouden wordt, zullen (behalve de ruitensproeier) de ruitenwisser twee wisbewegingen maken, enkele seconden later gevolgd door een derde (druppel-wisfunctie).

Als u de schakelaar loslaat, blijft de achterruitwisser werken.