nieuwe Dacia Spring

Introductie

Met de functie My Safety kan een aantal rijhulpfuncties tegelijkertijd worden in- of uitgeschakeld.

Afhankelijk van de auto kunt u de functie My Safety in het multimediascherm configureren door de rijhulpfuncties te selecteren die u tegelijk wilt uitschakelen.

Werking

De modus "ALL ON"

Afhankelijk van de auto, beschikt deze modus over de volgende rijhulpfuncties:

Als de modus "ALL ON" wordt geactiveerd: gaat het lampje op knop 1 branden en verschijnt het bericht "My Safety All ON geselecteerd" op het instrumentenpaneel ter bevestiging. De rijhulpmiddelen die in deze modus beschikbaar zijn, worden geactiveerd.

De modus "Perso"

Deze modus kan worden gebruikt voor het deactiveren of opnieuw activeren van bepaalde rijfuncties die beschikbaar zijn in de modus "ALL ON", indien deze eerder zijn geconfigureerd via de instelling "My Safety Perso".

Druk terwijl het contact aan staat tweemaal achter elkaar op de knop 1 om de modus "Perso" te activeren. De eerste keer dat u op deze knop drukt, verschijnt het bericht "Druk nogmaals My Safety Perso" op het instrumentenpaneel. Na de tweede keer drukken gaat het controlelampje op knop 1 uit. "Perso" modus is geactiveerd. Het bericht "My Safety Perso geselecteerd" verschijnt op het instrumentenpaneel.

Om terug te schakelen naar de modus "ALL ON", drukt u eenmaal op de knop 1. Het controlelampje in de knop 1 licht even op.

tip

Afhankelijk van de auto en de tijdsduur na de laatste keer dat de motor is gestopt, wordt de modus "ALL ON" opnieuw geactiveerd:

  • bij het ontgrendelen van de auto;

of

  • bij het openen van een portier;

of

  • bij het opnieuw starten van de motor.

Configuratie van " My Safety Perso "

warning

Voer om veiligheidsredenen afstellingen uit terwijl de auto stilstaat.

tip

De "My Safety Perso" instellingen die zijn opgeslagen voor de modus "Perso" worden opgeslagen telkens wanneer de motor wordt ingeschakeld of wanneer de portieren worden vergrendeld.

Configuratie van het multimediascherm 2

Zie de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor informatie over de instellingen.

Configuratie vanaf de boordcomputer 3

(afhankelijk van de auto)

  • Druk met stilstaande auto zo vaak als nodig op de schakelaar 4 om het tabblad 3_ALL_038_1_pictogramme.png  weer te geven;
  • druk herhaaldelijk op schakelaar 5 of 6 om naar het menu 3_ALL_108_1_pictogramme.png te gaan, druk vervolgens op de schakelaar 7 "OK";
  • druk herhaaldelijk op schakelaar 5 of 6 om naar het menu "MY SAFETY PERSO" te gaan, druk vervolgens op de schakelaar 7 "OK";
  • selecteer de rijhulpmiddelen die moeten worden in- of uitgeschakeld uit de modus "Perso" door herhaaldelijk op knop 5 of 6 te drukken. Druk op schakelaar 7OK om de rijhulpen in- of uit te schakelen.