nieuwe Dacia Spring

Ruitenwisser, sproeier voor

Auto voorzien van ruitenwisser met interval

A.

een enkele wisbeweging:

door kort te drukken maakt de ruitenwisser één wisbeweging;

B.

uit;

C.

wissen met intervallen:

de wissers vegen met tussenpozen van enkele seconden. De duur van het interval is te regelen door de ring 2 te verdraaien;

D.

langzaam continu wissen;

E.

snel continu wissen.

Bijzonderheid

Tijdens het rijden, gaat de wisser langzamer werken als de auto stopt.

Van snel continu wissen naar langzaam continu wissen.

Zodra de auto weer gaat rijden, beginnen de wissers weer met de oorspronkelijk ingestelde snelheid te werken.

Elke actie op de schakelaar 1 overschrijft en annuleert de automatische functie.

Voorzorgsmaatregelen

  • Controleer bij vorst voordat u de ruitenwisser inschakelt of de ruitenwisserbladen niet zijn vastgevroren. Als u de ruitenwisser inschakelt terwijl de bladen zijn vastgevroren, kunt u zowel de bladen als de motor van de ruitenwisser beschadigen.
  • Activeer de ruitenwissers niet op een droge ruit. Dit kan leiden tot vroegtijdige slijtage of beschadiging van de wisserbladen.

Bijzondere stand van de ruitenwisser voor (onderhoudsstand)

In deze stand kunnen de bladen worden opgetild om ze van de voorruit te verwijderen.

Dit kan nuttig zijn:

Beweeg de hefboom 1, met in- of uitgeschakelde motor, twee keer naar stand A (één wisbeweging).

De wisserbladen stoppen iets boven de motorkap.

Om de bladen terug te zetten in de lage stand, zorgt u er met contact AAN voor dat de ruitenwissers zijn neergeklapt op de voorruit. Zet daarna de schakelaar 1 in stand A (één wisbeweging).

Voordat u het contact aanzet, moet u de ruitenwissers op de voorruit zetten. Anders kunnen de motorkap of de wissers beschadigd raken wanneer deze worden ingeschakeld.

warning

Voordat u iets aan de voorruit doet (wassen van de auto, ontdooien of reinigen van de voorruit enz.) zet u de schakelaar 1 in de stand B (ruststand).

Risico van verwonding en/of beschadigingen.

tip

Wanneer er zich obstakels op de voorruit bevinden (vuil, sneeuw, ijs...), maakt u de voorruit (inclusief de centrale zone achter de binnenspiegel) schoon voordat u de ruitenwissers inschakelt (risico op oververhitting van de motor).

Als een obstakel de beweging van een blad verhindert, kan dat blad stoppen met wissen.

Verwijder het obstakel en schakel de ruitenwisser opnieuw in met de ruitenwisserschakelaar.

Ruitensproeier

Contact aan: trek aan de schakelaar 1 en laat los.

  • door een korte actie komt de ruitensproeier in werking en maakt de ruitenwisser één wisbeweging;
  • Door langer te drukken wordt de ruitensproeier geactiveerd en maken de ruitenwissers twee wisbewegingen, een paar seconden later gevolgd door een derde.

Opmerking:

  • de ruitensproeier inschakelen door langer dan 30 seconden aan de hendel 1 te trekken, kan ertoe leiden dat de ruitensproeierpomp uitvalt. Dit voorkomt dat de pomp oververhit raakt:
  • bij temperaturen onder nul kan de ruitenwisservloeistof aanvriezen op de voorruit en het zicht verminderen. Verwarm de voorruit met behulp van de ontwasemingsschakelaar voordat u ze reinigt.
tip

De werking van een ruitenwisserblad

Controleer de staat van de ruitenwisserbladen. Hun levensduur hangt van u af:

  • het moet schoon blijven: Reinig het wisserblad en de voorruit regelmatig met sop of zeepwater;
  • gebruik ze niet op een droge ruit;
  • maak ze los van de ruit als ze lange tijd niet zijn gebruikt.

Vervang het wisserblad in alle gevallen zodra het minder goed werkt. ongeveer één keer per jaar Ruitenwisserbladen: vervanging.

Voorzorgen bij het gebruik van de wissers

  • Maak als het vriest of sneeuwt de ruit schoon voordat u de ruitenwissers aanzet (de motor kan oververhit raken);
  • zorg dat niets de beweging van de wisser hindert.

Ruitenwisser/-sproeier achter

Achterruitenwisser

2_ALL_553_1_pictogramme.png

Draai met ingeschakeld contact aan de ring 3 op de schakelaar 1 totdat het symbool op de markering 2 staat.

  • uit;
  • wissen met intervallen:

    de wissers vegen met tussenpozen van enkele seconden. De veegfrequentie varieert afhankelijk van de snelheid van het voertuig;

  • langzaam continu wissen.

Om de bewerking te stoppen, draait u de ring 3 opnieuw.

Opmerking: Wanneer u de auto wast in een wasstraat met rolborstels, zet de ring 3 op de schakelaar 1 terug naar de stand 'uit' om het automatisch wissen uit te schakelen.

Houd u aan de gebruiksvoorschriften.

Vergeet niet om het einde van het gebruik de knop van de achterruitenwisser terug in ruststand te zetten, zodat het wissen niet per ongeluk wordt geactiveerd tijdens het volgende gebruik.

tip

Gebruik de ruitenwisserarm niet om de achterklep te openen of te sluiten.

warning

Voordat u iets aan de achterruit doet (wassen van de auto, ontdooien, reinigen enz.) moet u de schakelaar 1 uit zetten.

Risico van verwonding en/of beschadigingen.

tip

De werking van een ruitenwisserblad

Controleer de staat van de ruitenwisserbladen. Hun levensduur hangt van u af:

  • het moet schoon blijven: Reinig het wisserblad en de voorruit regelmatig met sop of zeepwater;
  • gebruik ze niet op een droge ruit;
  • maak ze los van de ruit als ze lange tijd niet zijn gebruikt.

Vervang het wisserblad in alle gevallen zodra het minder goed werkt. ongeveer één keer per jaar Ruitenwisserbladen: vervanging.

Voorzorgen bij het gebruik van de wissers

  • Maak als het vriest of sneeuwt de ruit schoon voordat u de ruitenwissers aanzet (de motor kan oververhit raken);
  • zorg dat niets de beweging van de wisser hindert.

Inschakelen/uitschakelen van de achterruitwisser

Wanneer de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt het intervalwissen van de achterruit ingeschakeld (als de ruitenwissers werken). Als uw auto is uitgerust met een menu om de auto-instellingen te personaliseren, kunt u deze functie in- of uitschakelen Menu voor het personaliseren van de instellingen van de auto.

Voor auto's die niet zijn uitgerust met een menu om de instellingen te personaliseren, kunt u de functie laten deactiveren door een erkende dealer.

Wanneer er zich obstakels op de achterruit bevinden (vuil, sneeuw ...), probeert de ruitenwisser alle obstakels weg te wissen. Als een obstakel de beweging van het blad verhindert, kan het blad stoppen. Verwijder het obstakel, wacht ongeveer 30 seconden en schakel de ruitenwisser opnieuw in met de schakelaar voor het wissen.

Voorzorgsmaatregelen

  • Controleer bij vorst voordat u de ruitenwisser inschakelt of de ruitenwisserbladen niet zijn vastgevroren op de ruit. Als u de ruitenwisser bedient terwijl het blad geblokkeerd is door vorst, bestaat het risico dat zowel het blad als de motor van de ruitenwisser beschadigd raken.
  • Activeer de ruitenwissers niet op een droge ruit. Dit kan leiden tot vroegtijdige slijtage of beschadiging van de wisserbladen.

Achterruitsproeier

2_ALL_013_1_pictogramme.png

Duw met het contact aan lang tegen de schakelaar 1 en laat vervolgens los.

Als de schakelaar langer wordt ingedrukt, maakt, naast de voorruitsproeier, ook de achterruitwisser twee wisbewegingen, enkele seconden later gevolgd door een derde (druppel-wisfunctie).

Als u de schakelaar loslaat, blijft de achterruitwisser werken.

Opmerking:

  • de ruitensproeier van de achterruit inschakelen door langer dan 30 seconden aan de hendel 1 te trekken, kan ertoe leiden dat de ruitensproeierpomp uitvalt. Dit voorkomt dat de pomp oververhit raakt.
  • bij temperaturen onder nul kan de ruitenwisservloeistof aanvriezen op de achterruit en het zicht verminderen. Verwarm de achterruit met behulp van de ontwasemingsschakelaar voordat u deze reinigt.