Media Nav live

warning

Deze functie is een extra hulpmiddel dat de omgeving rond uw voertuig weergeeft. De bestuurder moet altijd opletten en blijft verantwoordelijk.

De bestuurder moet altijd bedacht zijn op plotselinge gebeurtenissen tijdens het rijden: let dus bij het manoeuvreren altijd op uw blinde hoek en kijk of daar geen kleine, smalle obstakels (zoals een kind, dier, kinderwagen, fiets, steen, paaltje, enz.) zijn.

tip

Het scherm geeft een omgekeerd beeld van het achteruitzicht.

De meters worden geprojecteerd op een vlakke ondergrond. Houd geen rekening met deze informatie in het geval van een verticaal of op de grond geplaatst voorwerp.

De voorwerpen die op de rand van het scherm verschijnen kunnen vervormd zijn.

In geval van te veel licht (sneeuw, auto in de zon, enz.) kan het zicht van de camera gestoord zijn.

Introductie

De auto is uitgerust met vier camera aan de voorkant, in de buitenspiegels en aan de achterkant van de auto voor extra hulp bieden bij moeilijke manoeuvres.

De camera's zenden vier afzonderlijke aanzichten naar het multimediascherm, waardoor een weergave van de omgeving van de auto mogelijk is.

Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk "Multiview camera" in het instructieboekje van uw auto.

Opmerking: zorg dat de camera niet is afgedekt (door vuil, modder, sneeuw enz.).

Werkzaamheden

Als de achteruitversnelling is ingeschakeld, toont de achteruitrijcamera de omgeving achter de auto op het multimediascherm.

U kunt ook bepalen wat er wordt weergegeven op het multimediascherm door naar de handgeschakelde modus te gaan.

Camerakeuze

Om het gewenste camerabeeld te activeren, kiest u dit op het multimediascherm:

  • 1 zicht op het gebied achter de auto;
  • 2 zicht op het gebied voor de auto;
  • 3 zicht op het gebied links van de auto;
  • 4 zicht op het gebied rechts van de auto.

Instellingen

, druk op het pictogram "Instellingen" 3_ALL_038_1_pictogramme.png 5 om naar een lijst met instellingen te gaan.

U kunt de helderheid 6, contrast 7 en kleur 8 zelf instellen.

U kunt de volgende items in- of uitschakelen:

  • de bewegende geleidelijnen 9 die de verplaatsingsrichting van de auto volgens de positie van het stuurwiel aanduiden;
  • de vaste geleidelijnen 10 die de afstand achter de auto aanduiden;
  • de bewegende geleidelijnen van de aanhanger 11 geven de verplaatsingsrichting van de aanhanger op basis van de positie van het stuurwiel aan;
  • de "Automatische zoom" 12.

Druk op 13 om de instellingen af te sluiten.