Dacia Striker

De bedieningselementen

1.

Indicator ventilatiesnelheid.

2.

Knop voor het inschakelen van de stuurwielverwarming.

3.

Knop voor het inschakelen van de stoelverwarming bestuurder.

4.

Knop voor het inschakelen van de stoelverwarming passagier.

5.

Aan-/Uit-schakelaar voorruitverwarming.

6.

Indicator van de luchtverdeling in het interieur.

7.

Uitschakelen van het systeem.

8.

Afstellen van de luchtverdeling in het interieur.

9.

Activeringsknop voor functie "A/C MAX".

10.

Luchtrecirculatie.

11.

Knop voor het inschakelen van de airconditioning.

12.

Ontdooien/ontwasemen van de achterruit en, afhankelijk van de auto, van de spiegels.

13.

Functie "helder zicht".

14.

Regeling van de ventilateursnelheid

15.

Regeling van de temperatuur van de lucht.

Inschakelen van het systeem

Wanneer de auto wordt gestart, keert het systeem terug naar het laatst gebruikte programma.

Het systeem werkt ook als de auto staat geparkeerd.

Zet de knop 14 op de gewenste ventilatiesnelheid.

Uitschakelen van het systeem

Druk op de knop 7:

  • de handbediende airconditioning of verwarming stopt automatisch;
  • draait de ventilateur in het interieur niet;
  • – is er nog wel een beetje ventilatie als de auto rijdt (rijwind).

Deze stand wordt afgeraden onder normale omstandigheden.

Inen uitschakelen van de airconditioning

De knop 11 autoriseert de activering (waarschuwingslampje aan) of deactivering (waarschuwingslampje uit) van de airconditioning.

Het systeem kan niet worden ingeschakeld als het ventilatievermogen nul is.

Door het inschakelen van de airconditioning:

  • gaat de temperatuur in het interieur omlaag;
  • ontwasemen de ruiten sneller.

Tip: om het bereik van de auto te optimaliseren, schakel de airconditioning uit wanneer de buitentemperatuur comfortabel is.

De luchtverdeling in het interieur aanpassen

Druk eenmaal of meerdere malen op 8 om de luchtverdeling te kiezen. De geselecteerde luchtverdeling 6 verschijnt op het multimediascherm. De posities zijn als volgt:

2_ALL_532_1_pictogramme.png

Alle lucht wordt naar de ontwasemingsopeningen van de voorruit en de voorste zijruiten geleid.

De luchtstroom wordt verdeeld tussen de ontwasemingsopeningen van de voorste zijruiten, de ontwasemingsopeningen van de voorruit en de voetenruimteopeningen van de inzittenden.

De lucht wordt hoofdzakelijk naar de ontwasemingsroosters in het dashboard geleid.

2_ALL_111_1_pictogramme.png

De lucht wordt naar de voetenruimtes en de ventilatieroosters in het dashboard gevoerd.

De luchtstroom komt voornamelijk via de ventilatieroosters aan de voeten van de inzittenden (onder het dashboard en/of onder de voorstoelen).

Aanpassen van de luchttemperatuur

Druk op de knop 15 en gebruik vervolgens het tabblad op het multimediascherm om de luchttemperatuur in te stellen. Hoe verder de aanwijzer in het rode gedeelte staat, hoe hoger de temperatuur.

Bij langdurig gebruik van de airconditioning, kan het te koud worden. Om de temperatuur te verhogen, drukt u op 15 en brengt u vervolgens het tabblad omhoog op het multimediascherm.

Regeling van de ventilatiesnelheid

In de automatische werkingsstand stelt het systeem de meest geschikte ventilatiesnelheid in om het gewenste comfortniveau te bereiken en te behouden.

U kunt altijd de ventilatiesnelheid aanpassen door te drukken op knop 14 om de ventilatiesnelheid te verhogen of te verlagen.

Functie "helder zicht"

Druk op knop 13 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden.

Met deze functie worden de voorruit, de achterruit, de zijruiten voor en de buitenspiegels snel ontwasemd (afhankelijk van de auto). De functie activeert automatisch de airconditioning en de achterruitverwarming.

Opmerking: De luchtkringloop wordt automatisch uitgeschakeld.

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de toets 13 te drukken.

tip

Sommige knoppen zijn voorzien van een controlelampje dat hun werkingsstatus aangeeft.

Achterruitverwarming en -ontwaseming

Druk op knop 12 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden. De achterruit wordt nu snel ontwasemd en de elektrische buitenspiegels worden verwarmd (afhankelijk van de uitvoering).

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de toets 12 te drukken. De verwarming schakelt na enige tijd automatisch uit.

De functie " A / C   MAX "

De functie "A/C MAX" maakt het maximale potentieel van de airconditioning mogelijk. Deze functie kan van tijd tot tijd worden geactiveerd om het passagierscompartiment snel af te koelen.

De functie "A/C MAX" biedt de gebruiker het maximale vermogen van het airconditioningsysteem, zonder beperking of compromis met betrekking tot de akoestiek en het gevoel van zeer koude lucht op handen en gezicht.

Deze functie omvat automatische wijzigingen:

  • temperatuur ingesteld op maximaal koud;
  • luchtverdeling voor de inzittenden;
  • luchtstroom op maximaal vermogen;
  • inschakeling van de airconditioning;
  • luchtkringloop.

Druk op de knop 9om de functie te activeren. Het controlelampje op knop 9 gaat branden. Schakel de ECO-modus uit voor het beste resultaat.

Druk nogmaals op 9om de functie uit te schakelen. Het controlelampje van de toets 9 dooft.

tip

Bij vorst, handmatig de achterruit ontdooien met een krabber in plaats van de ontdooien/ontwasemen functie te gebruiken om uw energieverbruik te verminderen.

Inschakelen van de luchtkringloop (isolatie van het interieur)

U kunt de recirculatiefunctie van tijd tot tijd activeren om het interieur te isoleren van de buitenlucht, bijvoorbeeld wanneer u door een vervuild gebied rijdt.

tip

Het ontwasemen/ontdooien heeft altijd voorrang boven de luchtkringloop.

Handmatig gebruik

Druk op knop 10 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden.

Bij langdurig gebruik van deze stand kunnen de ruiten aan de binnenkant beslaan of weer aanvriezen. Ook zal het in de auto, door gebrek aan frisse lucht, kunnen gaan stinken.

Opmerking: om te voorkomen dat de ruiten beslaan, kan het systeem de functie automatisch uitschakelen. Het in de knop 10 ingebouwde indicatielampje gaat uit.

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de toets 10 te drukken.

tip

Door langdurig gebruik van de luchtkringloop kunnen de zijruiten en de voorruit beslaan en kan de atmosfeer in het interieur minder aangenaam worden door gebrek aan verse lucht. Druk daarom weer op de knop 10 om de toevoer van buitenlucht te herstellen zodra de omstandigheden dat toelaten.