AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Deze bestaan uit:

  • gordelspanners van het oprolmechanisme van de autogordel;
  • krachtbegrenzers voor de bescherming van de borstkas;
  • airbags - Bestuurder en passagier voorin.

Deze voorzieningen worden gelijktijdig of afzonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geactiveerd bij een frontale botsing.

Afhankelijk van de ernst van de aanrijding, kan het systeem de volgende middelen activeren:

Hoofdstuk

Autogordels achter

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gordels aan de zijkanten achter

Rol de gordel 9langzaam uit en klik de gesp 11 in de grendel 10.

Hoofdstuk

Autogordels

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebruik tijdens het rijden altijd de autogordel. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar.

Stel, voordat u start de juiste zithouding af, en daarna voor alle inzittenden de autogordel om de beste bescherming te krijgen.

warning

Een verkeerd afgestelde of gedraaide autogordel kan bij een ongeval letsel veroorzaken.

Gebruik één autogordel per persoon, kind of volwassene.

Hoofdstuk

Hoofdsteun achter

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Hoofdsteunen A hoger zetten

Trek de hoofdsteun tot de gewenste hoogte omhoog.

Hoofdsteunen A lager zetten

Druk op de knop 1 en geleid de hoofdsteun met behulp van de inkepingen op de stangen tot de gewenste hoogte.

Hoofdstuk

Op de voorplaats(en)

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Rugleuning verstellen

Til de knop 1 omhoog om het kantelmechanisme te ontgrendelen. Kantel de rugleuning naar de gewenste stand en laat de knop los. Zorg ervoor dat de rugleuning na het ontgrendelen goed is vergrendeld.

Hoofdstuk

Startvergrendeling

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De startvergrendeling zorgt ervoor dat de motor alleen kan worden gestart door de eigenaar/gebruiker die beschikt over de startcode-contactsleutel.

De werking van de startvergrendeling

De auto wordt automatisch na enkele secondes beveiligd na het uitzetten van het contact.

Als de auto startcode-contactsleutel niet herkent of een verkeerde sleutel wordt gebruikt, kan de motor niet worden gestart.

Werking van het systeem

Hoofdstuk